Nadenken (zomer 2010)
Het Waddengebied is inmiddels een erkend krimpgebied. De bevolking neemt af en verandert van samenstelling. Voorzieningen staan onder druk. Dat is weliswaar meer het gevolg van onze toegenomen behoeften dan van afnemende bevolking, maar het is wel zo. Dat is eens te meer lastig omdat het Waddengebied een voor Nederlandse begrippen dunbevolkt gebied is.
Ik was de afgelopen dagen op bezoek bij vrienden in Finland en de vrouw des huizes moest 80 kilometer rijden om haar haar te laten doen. Dus ergens valt het hier ook nog wel weer mee. Maar toch, er is van alles aan de hand.Overigens, op de een of andere manier is het Zuid-Limburg gelukt zich in het nationale krimpgebeuren op de eerste rij te plaatsen. Het gevolg is dat voor de specifieke problemen van het dunbevolkte Waddengebied vooreerst nog weinig aandacht is.
Er worden op dit moment allerlei projecten ontwikkeld om huizen te slopen, huizen te bouwen, scholen en voorzieningen te verplaatsen te verspreiden of juist bijeen te brengen. Veel onderzoek zit daar meestal niet onder. Projectontwikkelaars, adviseurs en gemeenten hebben meer belang bij bouwen en slopen dan bij het bepalen van wat verstandig is. U gelooft me niet? Er is tot nu toe nauwelijks serieus onderzoek uitgezet over gevolgen van de bevolkingsdynamiek. Dat geeft volgens mij aan dat de verschillende overheden eigenlijk niet geïnteresseerd zijn in de problemen en uitdagingen die met krimp te maken hebben. Niet in wie eigenlijk welke voorziening wil gebruiken, of hoe je toegang tot voorzieningen mogelijk houdt. Niet in vraagstukken rond niet-lerende jongeren en hun drijfveren, of in problemen rond gezond oud worden in krimpgebieden. Niet in wat mensen verbindt met hun omgeving. Niet of leerlingen wel naar de school zullen gaan die de overheid voor hen bedacht heeft. Niet of alle bejaarden wel in kleine dorpen willen wonen.
Het merkwaardige is dat diezelfde overheden wel geïnteresseerd lijken te zijn in het ecosysteem van het Waddengebied. Er is een paar jaar geleden een Waddenfonds opgericht, als goedmakertje voor de gaswinning in de Waddenzee. In dat Waddenfonds zitten honderden miljoenen euro’s. Het grootste deel daarvan wordt in het water gegooid. In elk geval letterlijk, in de vorm van projecten voor dieren en planten in de Waddenzee. We weten inmiddels meer van de vlieg- en rusttijden van wadvogels dan van de mensen aldaar. Ik vind dat een ernstig probleem. Er wordt, zonder na te denken, links en rechts gesloopt, gesaneerd, gecombineerd, gebouwd en gesplitst in de krimpregio’s. Er is nog tijd voor onderzoek, de echte krimp komt pas over een paar jaar.


Nieuws 
